|
|
Diensten
ArcheoMedia is in brede zin een dienstverlenend bedrijf in de archeologie. Naast het geven van advies wordt ook veldwerk uitgevoerd, uitgewerkt en gerapporteerd. Binnen dit kader vindt voor derden ook specialistisch onderzoek plaats.
Op basis van het Europese Verdrag van Malta/Valletta is het beleid van de overheid: behoud van archeologische waarden in de bodem (ook wel: behoud in situ). Daarom wordt archeologisch onderzoek in stadia uitgevoerd, afhankelijk van de noodzaak daartoe. Uw bouwplan
en de richtlijnen van de bevoegde overheid (gemeenten, en/of provincie of het Rijk) zijn hierbij maatgevend. Indien archeologisch onderzoek door de bevoegde overheid is vereist dan wordt, uitgaande van de verstoringsgraad van de bodem door de geplande ontgravingsactiviteiten (bouw en sloop), in eerste instantie een bureauonderzoek uitgevoerd, vaak in combinatie met een verkennend of karterend booronderzoek. Uit dit bureau- en booronderzoek kan volgen of een nader onderzoek noodzakelijk is of niet. Het vervolgonderzoek
(al of
niet gecombineerd) kan geschieden in de vorm van waarderend booronderzoek, proefsleufonderzoek, archeologische begeleiding (sloop en bouwerkzaamheden) of opgraving, al naar gelang de mate waarin de aanwezige archeologische waarden door de bouwplannen worden bedreigd, c.q. planaanpassingen kunnen worden doorgevoerd; het advies van de bevoegde overheid is hierin bepalend. Bij een opgraving worden de archeologische waarden ex situ veiliggesteld.
De werkzaamheden die door ArcheoMedia kunnen
worden uitgevoerd zijn:
Advies
Vraag een gerichte offerte aan bij onze contactpersoon dhr. A.J. Vermeulen.
Dit betreft het geven van advies in de breedste zin met betrekking tot de archeologische component bij nieuw te ontwikkelen gebieden of plannen. Ook ad hoc gestelde vragen betreffende archeologie kunnen door ArcheoMedia worden beantwoord. Daarnaast kunnen archeologische plannen worden beoordeeld en kan op verzoek van projectontwikkelaars en andere opdrachtgevers een second opinion worden gegeven ten aanzien van omvang en kosten van archeologische
projecten in plangebieden enz. [terug]
Ten behoeve van ontwikkelingsplannen wordt door projectontwikkelaars vaak op voorhand een inventarisatie gemaakt van de vele
onderzoeken (Milieueffectrapportage, Flora en Fauna, Geluid, Bodem en grondwater, Waterplan, Archeologie enz.) die in ruimtelijke ordeningsprocedures
worden vereist. Zo kan inzicht worden verkregen in mogelijkheden en kosten van planontwikkeling. Voor dergelijke inventarisaties kan van een betrokken gebied
een zgn. QuickScan worden uitgevoerd, waarbij kort samengevat wordt aangegeven welke archeologische fenomenen mogelijk kunnen worden verwacht, welke acties in
het kader van het archeologische beleid dienen te worden ondernomen, welke beperkingen eventueel door de overheid kunnen worden opgelegd en globaal, welke kosten gemoeid kunnen zijn met de factor archeologie. [terug]
Het bureauonderzoek (BO) heeft als doel het opstellen van een specifiek archeologisch verwachtingsmodel
voor het archeologisch onderzoeksgebied. Dit model wordt volgens de in de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm
Nederlandse Archeologie (KNA) omschreven stappen vervaardigd aan de hand van bekende gegevens over aanwezige of verwachte archeologische waarden. Tevens
wordt bepaald of deze archeologische waarden door de geplande ingrepen worden bedreigd. Voor het onderzoek worden de bestaande bodemkaarten, geologische,
geomorfologische en oude kaarten, luchtfoto’s en dikwijls ook het Actuele Hoogtebestand Nederland (AHN) bestudeerd. De beschikbare provinciale Cultuurhistorische Waardenkaarten (CHW), de Indicatieve Kaart van
Archeologische Waarden (IKAW), de Archeologische MonumentenKaart (AMK) uit het landelijke Archeologische Informatiesysteem (ARCHIS) worden bekeken in relatie
tot het plangebied. Het ARCHIS wordt geraadpleegd op archeologische waarnemingen en vondstmeldingen, alsook onderzoeksmeldingen, in en om het plangebied, dan
wel onderzoeksgebied. Indien aanwezig wordt het onderzoek aangevuld met gegevens van lokale amateurs van bijvoorbeeld de AWN (Archeologische
Werkgemeenschap Nederland), of van een historische of heemkunde vereniging. [terug]
Hier kan sprake zijn van verkennende of controleboringen of een karterend of waarderend booronderzoek; in de
archeologie valt dit algemeen onder het begrip Inventariserend veldonderzoek met boringen (IVO-b). In een aantal provincies en bij een aantal gemeenten dient een zogenaamd Plan van Aanpak (PvA) te worden opgesteld alvorens een onderzoek
kan of mag plaatsvinden. In het PvA worden de redengeving, doelstellingen, werkwijzen en vereisten voor het uit te voeren archeologische onderzoek
beschreven. [terug]
Een Programma van Eisen (PvE) vormt in het algemeen de basis voor de wijze van werkuitvoering, of dit nu een gebouw betreft, een stedelijke ontwikkeling, een
softwareapplicatie, een vaartuig, etc. Dit geldt ook voor een archeologisch onderzoek. Het PvE maakt daarom vaker deel uit van de opdracht aan een archeologische
uitvoerder. Bij archeologisch booronderzoek kan doorgaans volstaan worden met een Plan van Aanpak. Een PvE is echter altijd vereist voor het uitvoeren
van een archeologische begeleiding, het trekken van proefsleuven of het doen van een archeologische opgraving. In het Programma van Eisen wordt nauwkeurig omschreven wat er van het onderzoek wordt verwacht. [terug]
In de archeologie valt dit onderzoek onder het begrip Inventariserend veldonderzoek met proefsleuven (IVO-p). Door middel van een proefsleufonderzoek kan de waarde van
de archeologische resten nader vastgesteld worden. Tot proefsleufonderzoek kan door de bevoegde overheid worden besloten indien het vooronderzoek dermate hoge
archeologische verwachtingen schept, dat nader onderzoek is gewenst (d.i. het selectiebesluit van de bevoegde overheid). Bij een proefsleufonderzoek is het
te ontgraven deel van het plangebied beperkt tot een gering percentage van het totale oppervlak (bijvoorbeeld 5% - 10%). Wanneer een booronderzoek niet als
geschikt middel wordt gezien om archeologische resten aan te kunnen tonen -vaak bij verwachte prehistorische sites en m.n. op de zandgronden-, kan direct worden
overgegaan tot een proefsleufonderzoek. [terug]
De archeologische begeleiding (AB) wordt altijd voorafgegaan door een vooronderzoek, bestaande uit een bureauonderzoek
en eventueel inventariserend veldonderzoek, met boringen en/of proefsleuven. Deze processen kunnen apart worden uitgevoerd, of als één traject. Het vooronderzoek
resulteert in een selectieadvies, op grond waarvan de bevoegde overheid een selectiebesluit neemt. Dit kan inhouden: beschermen, opgraven of archeologisch
begeleiden. De archeologische begeleiding wordt uitgevoerd: 1. indien het vooronderzoek onvoldoende informatie heeft opgeleverd om tot een betrouwbare waardestelling
te komen, op basis waarvan de bevoegde overheid een selectiebesluit kan nemen; 2. in situaties waarin het veelal logistiek onmogelijk is een inventariserend
veldonderzoek uit te voeren (zoals bij te vervangen bebouwing). Een archeologische begeleiding is dus geen substituut voor het inventariserend
veldonderzoek of het opgraven. Een advies tot een archeologische begeleiding mag daarom alleen worden gegeven in de twee bovengenoemde situaties. Indien
tijdens een archeologische begeleiding archeologische sporen, structuren en vondsten worden aangetroffen kan besloten worden deze op te graven (dit valt onder: Archeologische
begeleiding ‘protocol opgraven’). [terug]
Indien archeologische sporen, structuren en vondsten door de planontwikkeling dreigen te worden vernietigd en de archeologische waarden van een zodanig belang zijn dat
zij dienen te worden behouden, zal worden afgewogen of de opgestelde plannen in aangepaste vorm alsnog kunnen worden uitgevoerd. Kan van een planaanpassing
geen sprake zijn dan dienen de archeologische waarden ex situ te worden veiliggesteld. In de praktijk betekent dit dan dat zal worden overgegaan tot een archeologische opgraving, ofwel een Definitief
Onderzoek (DO). [terug]
ArcheoMedia is gecertificeerd om te werken in verontreinigde grond. Medewerkers die deze werkzaamheden uitvoeren zijn daartoe
gekwalificeerd (zie menu-item Vergunningen). Archeologisch en milieukundig onderzoek hebben, voor zover het veldonderzoek betreft, veel gemeen. Bij beide is dikwijls een historisch
onderzoek nodig, bij beide worden boringen gezet en bij beide wordt gebruik gemaakt van apparatuur, machines en gereedschap om grond te verplaatsen, worden
metingen uitgevoerd en worden monsters genomen, damwanden geslagen en/of vindt bronnering plaats om de werkput voor archeologisch onderzoek dan wel voor het
uit milieukundige overwegingen verwijderen van verontreinigde grond, in de droge te kunnen uitvoeren.
Met het oog op de huidige wetgevingen bij sloop- en bouwplannen biedt ArcheoMedia de mogelijkheid om milieukundig en archeologisch onderzoek gecombineerd uit te
voeren. ArcheoMedia BV en haar milieukundige moederbedrijf Arnicon BV zijn onder één dak ondergebracht. Dat maakt het gemakkelijk archeologisch en milieukundig onderzoek te combineren,
hetgeen voor de opdrachtgever voordeliger kan uitvallen. [terug]
ArcheoMedia kan u op vele terreinen van dienst zijn. Naast de archeologische dienstverlening,
in de vorm van boren, het aanleggen van proefsleuven of het uitvoeren van archeologische opgravingen, draagt ArcheoMedia zorg voor de uitwerking van niet
alleen haar eigen projecten maar ook die van derden. Daartoe heeft ArcheoMedia de beschikking over een groot aantal (vooraanstaande) specialisten.
Specialistisch onderzoek kan worden geboden op de volgende terreinen:
Het onderzoek vindt plaats op kwalitatief hoog niveau volgens nationale en internationale standaarden. De doorlooptijd van het uitwerkingsproces is relatief
kort.
Vraag een gerichte offerte aan bij onze contactpersoon dhr. A.J. Vermeulen. [terug]
|
Ga direct naar:
HOME | Diensten| Kosten| Projecten | Organisatie | Vergunningen| Medewerkers | Vacatures | Contact/Info